Na een slecht eerste kwartaal van dit jaar toonde de Nederlandse mkb-maakindustrie in het tweede kwartaal een duidelijk teken van herstel. Zowel de binnen- als buitenlandse orderpositie – die beide in Q1 forse krimpcijfers noteerden – zijn in Q2 sterk verbeterd. Daar staat tegenover dat de investeringsbereidheid van bedrijven zich nog altijd op een laag niveau bevindt. Een en ander blijkt uit de nieuwste Economische Barometer van Koninklijke Metaalunie.
Waar de binnenlandse orderpositie in Q1 nog een negatief nettosaldo van -17 procent had, kwam hij in Q2 uit op +7 procent. In dezelfde periode ging het nettosaldo van de buitenlandse orderpositie zelfs van -29 naar +9 procent. Ter verduidelijking: hierbij gaat het niet om krimp of groei van de orderomvang, maar om de aanduiding van een trend. Een positief saldo geeft aan dat ondernemers gemiddeld vaker een verbetering zien dan een verslechtering; bij een negatief saldo zien ze juist vaker een verslechtering.
De saldocijfers van de Economische Barometer lijken een keerpunt aan te duiden; sinds begin vorig jaar was er sprake van een steeds sterker negatief saldo, waarbij in Q1 de bodem leek bereikt. Volgens de barometer is in Q2 “het beeld op vrijwel alle gerealiseerde indicatoren (orders binnenland, orders buitenland, bedrijfsresultaat en winstgevendheid) verbeterd”. Dit herstel wordt deels weerspiegeld in de industriële productiecijfers; die waren de afgelopen maanden bijna 5 procent hoger dan een jaar geleden. Op het eerste oog lijkt de Nederlands machine-industrie daarbij een uitschieten; hier werd in mei 2026 ruim 26 procent meer geproduceerd dan in mei 2025. Dat percentage kan echter een vertekend beeld oproepen, omdat de groei vrijwel volledig op het conto van de chipmachinesector en gerelateerde toeleveranciers kan worden geschreven. Bij het mkb in de machinebouw is nog geen sprake van herstel; deze bedrijven hebben last van Amerikaanse invoerheffingen en steeds meer internationale concurrentie. Een andere reden waarom het mkb in de machinebouw achterblijft, zijn de lange doorlooptijden, waardoor de omzet in het afgelopen kwartaal een nawee is van de matige orderstroom in 2025.
Uit de Economische Barometer blijkt verder dat de winst-verliespositie van respondenten die aan het onderzoek deelnemen is verbeterd. Het aandeel winstgevende bedrijven is van 37 procent (Q1) gestegen tot 45 procent (Q2), terwijl het aandeel verlieslatende bedrijven daalde van 23 naar 16 procent. Desondanks is er nog steeds sprake van lage bereidheid tot investeren. Voor de komende zes maanden verwacht slechts 14 procent van de respondenten meer in machines te investeren, terwijl 42 procent juist verwacht minder te investeren. Dat beeld sluit aan bij de structureel lage investeringsbereidheid van de afgelopen twee jaar, zo meldt de barometer.
Werkgelegenheid
Terwijl er dus bewegingen zijn in de ‘saldocijfers’ lijkt er in dezelfde periode weinig veranderd in het personeelsbestand van mkb-bedrijven. De flexibele schil van uitzendkrachten en zzp’ers is verder gekrompen – een trend die al veel langer speelt – en tegelijkertijd blijft de maakindustrie met een personeelstekort kampen. 56 procent van de aan de Economische Barometer deelnemende mkb-bedrijven heeft momenteel minimaal één vacature openstaan. Volgens de barometer staan op 100 medewerkers in de sector 6 vacatures open; dat is min of meer de vaste verhouding die al jaren speelt. Personeelstekorten worden nog steeds het vaakst genoemd als belemmerende factor in de bedrijfsvoering.
De Economische Barometer, met daarin nog veel meer data en andere informatie, is te vinden op de website van Koninklijke Metaalunie.

