Duitse machinebouw zoekt groei via diversificatie en technologische voorsprong

Preview
close
Aantal: 0
1 / 0
Preview
Preview
Spuitgietmachine

Na twee jaar van krimp verwacht de Duitse machinebouwers in 2026 weer voorzichtig groei te laten zien. De productie zal naar verwachting met 1 procent toenemen tot 13,7 miljard euro. Dat maakte Franz-Xaver Bernhard, voorzitter van de VDW, bekend tijdens de jaarlijkse persconferentie van de brancheorganisatie.

Volgens Bernhard is het verwachte herstel vooral te danken aan een aantrekkende binnenlandse vraag. In 2025 werden investeringen nog geremd door hoge kosten, gebrek aan voorspelbaarheid en het uitblijven van structurele economische hervormingen. Voor 2026 rekent de sector op een beperkt positief effect van de zogeheten ‘speciale fondsen’ van de Duitse overheid, bedoeld voor investeringen in infrastructuur, defensie, klimaat, digitalisering en mobiliteit.

Forse terugval sinds piekjaar 2018

In 2025 daalde de productie met 8 procent. Vergeleken met het recordjaar 2018 is het productieniveau daarmee circa 20 procent lager; gecorrigeerd voor prijsstijgingen zelfs 35 procent. Zowel de export als de binnenlandse afzet stonden onder druk. In vrijwel alle belangrijke exportregio’s liep de vraag terug, met groei in slechts enkele van de vijftien grootste afzetmarkten.

Een belangrijke zorg blijft de internationale concurrentie, met name uit China. Dat land vergrootte zijn export van werktuigmachines in 2025 met maar liefst 18 procent, in lijn met de nationale industriestrategie. Door een zwakke binnenlandse vraag zoeken Chinese producenten nadrukkelijker hun weg naar buitenlandse markten. Daardoor verloor Duitsland zijn leidende positie in de mondiale export.

Chinese leveranciers winnen terrein in onder meer de ASEAN-regio, Brazilië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook binnen Europa neemt de import uit China toe, onder andere in Duitsland, Polen en Italië, ondanks een dalende totale import in die landen.

Capaciteitsaanpassingen onvermijdelijk

De structurele veranderingen dwingen Duitse fabrikanten tot ingrepen. Tot oktober 2025 daalde het aantal werknemers bij bedrijven met meer dan 50 medewerkers met 3,9 procent tot circa 63.300. “Geen goed nieuws,” aldus Bernhard, “maar we benutten alle beschikbare opties om ons aan te passen aan de nieuwe realiteit.” Naast herstructurering noemt hij buitenlandse productie, marktdiversificatie, intensievere R&D en het aantrekken van hooggekwalificeerd personeel als cruciale hefbomen.

Twaalf grote Duitse werktuigmachinebouwers produceren inmiddels ook buiten Duitsland. Buitenlandse productie is goed voor ruim 20 procent van de totale output: 45 procent daarvan in Europa, 32 procent in China en 20 procent in de Verenigde Staten. Deze strategie compenseert deels de dalende export en maakt het mogelijk dichter bij de klant te produceren, handelsbarrières te omzeilen en kostenvoordelen te realiseren.

Europa belangrijkste afzetregio

De Europese thuismarkt is inmiddels de belangrijkste afzetregio en vertegenwoordigt ongeveer de helft van de export. Inclusief Duitsland zelf wordt meer dan 60 procent van de omzet in Europa gerealiseerd. Kansrijke sectoren zijn onder meer defensie, luchtvaart, elektronica, energie en medische technologie. Investeringen in kritische infrastructuur – zoals batterij- en chipproductie, waterstoftechnologie, digitalisering en datacenters – bieden nieuwe impulsen, al zullen zij het belang van de auto-industrie niet volledig vervangen.

Met een wereldwijd exportaandeel van 17 procent blijft Duitsland de tweede leverancier van werktuigmachines ter wereld. Die positie is volgens Bernhard te danken aan technologische voorsprong. Duitse bedrijven leveren zowel maatwerkmachines als complete productiesystemen en lopen voorop in automatisering, efficiënt materiaal- en energiegebruik, digitalisering en toepassing van kunstmatige intelligentie. Ook service en retrofitting winnen aan belang nu investeringen in nieuwe machines terughoudender zijn.

De Duitse werktuigmachine-industrie investeert meer dan 4 procent van haar omzet in onderzoek en ontwikkeling; circa 15 procent van de omzet komt voort uit productinnovaties. Internationaal staat Duitsland vierde qua patentaanvragen. De zogeheten onderzoeks­toeslag heeft vooral mkb-bedrijven geholpen, maar kan volgens de sector eenvoudiger en sneller worden ingericht.

Daarnaast blijft de beschikbaarheid van technisch talent cruciaal. Uit een recente enquête van de VDMA blijkt dat meer dan 60 procent van de bedrijven het aantal ingenieurs op peil wil houden of zelfs wil uitbreiden. De sector pleit daarom voor betere technische opleidingen, verplichte technologie-onderwijsmodules op scholen en een versnelde uitvoering van het Digital Pact.

Oproep tot snelle hervormingen

Bernhard besluit met een duidelijke oproep aan de politiek: “De sector werkt hard aan alles waar zij zelf invloed op heeft. Maar nu is het aan de overheid om de zelf veroorzaakte knelpunten van de vestigingsplaats aan te pakken.” Vooral middelgrote bedrijven zijn sterk aan Duitsland gebonden en hebben behoefte aan beleid dat groei en investeringen stimuleert. “We verwachten economische hervormingen met duidelijke prioriteiten – en vooral met urgentie.”

« Nieuws overzicht